Nee je hoeft niet die ene uitzondering te vinden
Heb je al gemerkt dat het deze week de IPO van SpaceX is? Je kunt nergens meer kijken zonder dat het over deze IPO gaat. De marketingmachine draait op volle toeren, maar er zijn ook voldoende kritische stemmen te vinden. Hopelijk wordt er ook naar hen geluisterd.
Ik ga je er dan ook niet echt mee lastigvallen, behalve dan dat wat er wordt voorgeschoteld en door sommigen wordt verdedigd, gewoon te gek voor woorden is. Het prospectus geeft een totale adresseerbare markt aan van $28,5 biljoen. De omzet van alle S&P 500-bedrijven (de vijfhonderd grootste beursgenoteerde bedrijven in de Verenigde Staten) vorig jaar? Nog geen $20 biljoen. De honderd grootste? Slechts $10 biljoen. Aan wie gaat SpaceX dat allemaal slijten?
Het moet na de vorige editie ook gezegd worden. Terwijl Nasdaq, Russell en MSCI zwichten voor deze IPO en hun regels versoepelden om deze megabedrijven te kunnen opnemen, deed S&P dat niet. Dat verdient respect.
Bessembinder
Net zoals je SpaceX perfect links kunt laten liggen en niet bang hoeft te zijn om een van de uitzonderlijke aandelen te missen, wil ik toch ook nog even kwijt hoe de studie van Hendrik Bessembinder verkeerd wordt weergegeven in veel marketingverhalen. Daarin wordt gezegd dat slechts 4% van de aandelen zorgt voor alle winst op de beurs. Je kunt dan maar beter een ETF kopen om toch zeker die 4% van de aandelen in je portefeuille te hebben. Of je moet die persoon volgen die blijkbaar de gave heeft om net die 4% te selecteren.
De studie van Bessembinder, “Do stocks outperform treasury bills?”, onderzocht 25.000 Amerikaanse aandelen en werd later uitgebreid naar internationale markten. Daaruit bleek dat 58% van de individuele aandelen over de gehele levensloop slechter presteerde dan kortlopende staatsobligaties.
Met andere woorden: 42% van de aandelen presteerde over de gehele levensloop wél beter dan deze kortlopende staatsobligaties. Dat is al heel wat anders dan 4%. Die overige 38% aan goed renderende bedrijven moet in het paper van Bessembinder echter dienen om het gat te dichten dat die 58% heeft geslagen.
Stap nummer één voor een stockpicker is dan ook om die 58% van de bedrijven te vermijden. Een snelle tip: vermijd bedrijven met hoge schulden en zeer lage marges, en al helemaal structureel verlieslatende bedrijven. Simpel toch?
Ineens is je kans van 4 op 100 niet alleen gestegen naar 42 op 100, door deze simpele criteria toe te passen, hebben we al ruim boven de 50% kans om meer te verdienen dan met staatsobligaties. Als iemand zich geroepen voelt om het exacte percentage uit te vissen, hoor ik het resultaat graag.
In de studie wordt er ook van uitgegaan dat alle dividenden die uitgekeerd worden, weer in hetzelfde bedrijf worden gestoken. In de praktijk besteed ik dividenden liever aan aandelen waarin ik op dat moment het meeste potentieel zie, en dat is zeker niet altijd het bedrijf dat het dividend uitkeert.
Je mag kopen en verkopen
Ook heel belangrijk is dat de studie gaat over de gehele levensloop van bedrijven op de beurs. Met andere woorden: je zou het bedrijf moeten kopen bij de beursgang en het moeten blijven houden tot dit ofwel van de beurs verdwijnt, of tot vandaag de dag.
Wanneer verdwijnen bedrijven van de beurs? Als ze failliet gaan, van de beurs gehaald worden of overgenomen worden. Een bedrijf dat failliet gaat, betekent een verlies van 100%. Als het van de beurs wordt gehaald, dan is dat meestal omdat een partij denkt er nog wel wat geld aan te kunnen verdienen, of omdat de hoofdaandeelhouder van de kopzorgen van een beursnotering af wil. Zelden betalen deze insiders te veel. Hoeveel voorbeelden kennen we alleen al in België niet van bedrijven die te goedkoop van de beurs gaan? Alleen al uit onze eigen selectie was er vorig jaar SmartPhoto.
Het idee om aandelen bij de beursgang te kopen en simpelweg vast te houden, is voor beleggers bovendien absurd. We kunnen tussentijds kopen en verkopen. Wie rationeel belegt, zal regelmatig handelen. Kijk maar naar Warren Buffett, de voorvechter van buy & hold: ook hij kocht en verkocht enorme aantallen bedrijven en aandelen.
Het bedrijf waaraan ik de afgelopen vijfenhalf jaar het meeste heb verdiend, is geen bedrijf dat ik vijf jaar geleden kocht en nu nog steeds in portefeuille heb. Het is X-Fab. Ik kocht eind 2020 op € 2,98 en verkocht medio 2023 op € 9,81. Elke € 10.000 werd € 32.919, oftewel 229% winst.
Ik belegde mijn winst elders, maar vanaf juni 2024 begon ik opnieuw X-Fab te kopen in verschillende stappen, van net onder € 6 tot € 3,69 in april 2025. In oktober 2025 verkocht ik een eerste deel op € 7,17. Dit jaar verkocht ik ook nog delen boven € 8, om vervolgens volledig uit te stappen net boven € 10. Hoewel er tussen de laagste en hoogste koers een groot verschil zit, kwam ik door de verschillende instapmomenten uit op een rendement van 59,4%. Ik kocht ook niet voor het volledige bedrag uit de eerste verkoop opnieuw in, maar voor ongeveer tweederde. Als ik dit bruto bij elkaar optel, dan heb ik van elke € 10.000 uiteindelijk € 45.955 gemaakt, oftewel 359,6% winst.
Als ik X-Fab op dat goede moment had gekocht en gedurende de hele periode had bijgehouden, dan had ik op het moment van schrijven ( woensdag 10 juni, bij een koers van € 8,94) 200% winst gemaakt. Dat is heel wat minder dan de 359,6% die ik nu gerealiseerd heb, en dan spreek ik nog niet eens over de bedrijven waarin ik dat resterende derde van de eerste winst heb geherinvesteerd.
Het resultaat van X-Fab sinds de IPO tot nu? Slechts 11,75%. X-Fab kwam in april 2017 voor € 8 naar de beurs. Het bedrijf is dus een van die ondernemingen die volgens de studie van Bessembinder in de categorie van 58% valt.
Nu kan en zal het natuurlijk ook andersom gebeuren. Zeker bij die unieke, sterk groeiende bedrijven die decennialang blijven presteren, die 4%. Daarbij zal tussentijds kopen en verkopen vaak slechter uitpakken.
Hou het simpel
Ik weet echter dat ik niet in staat ben om die 4% vandaag te identificeren. Als ondernemer heb ik geleerd dat je, zelfs als je midden in de business zit, wel projecties kunt maken over de komende jaren, maar dat je nooit exact de juiste maakt. Het is altijd of minder of meer.
Met de tijd heb ik wel geleerd om goede presteerders niet te snel te verkopen (met dank aan Lotus Bakeries). Ondanks meer dan 25 jaar ervaring gebeurt het nog steeds dat ik de markt verkeerd inschat, zoals met Jensen.
Het spel dat ik speel is heel simpel. Ik bekijk elk aandeel met een rationele bril. Is bij de huidige koers de verhouding tussen het risico en het rendement goed genoeg om erin te beleggen? Geen dogma’s over enkel value, groei, kwaliteit of andere kenmerken. Begrijp ik het bedrijf? Kan ik de risico’s inschatten? En kan ik genoeg verdienen aan het bedrijf om deze risico’s te dragen?
Hoe lang ik een bedrijf houd, hangt af van hoe het bedrijf evolueert, hoe de koers evolueert en welke andere kansen er te vinden zijn. Is dat zes maanden, dan is dat zo. Is dat twintig jaar, ook goed. In de praktijk zijn er echter maar twee posities die ik al achtien jaar heb, namelijk Ackermans & van Haaren en Sipef, en ook deze niet ononderbroken en in dezelfde positiegroottes. In diezelfde twintig jaar kocht en verkocht ik al honderden bedrijven, sommige al meer dan één keer.

